Het enige echte GEO-experiment: wat werkt wél, en wat niet

augustus 21, 2026  ·   ·  door Stan Vreuls
Een breed veld van bleke grijze stippen, waarvan één stip zwart is en omcirkeld, met daaronder het label "dit ene onderzoek". De titel luidt: duizend meningen, één experiment. Ondertitel: bijna alle kennis over AI-zichtbaarheid is geteld, niet getest.
Alle andere GEO-kennis is geteld: iemand analyseert AI-antwoorden en telt wat de geciteerde pagina’s gemeen hebben. Dit ene onderzoek testte, en kan daardoor als enige iets over oorzaak zeggen.
Bijna alles wat je over AI-zichtbaarheid leest, is geteld. Niet getest. Eén onderzoek deed het wel: echte pagina’s,…
Nieuwsbrief
First mover advantage begint hier

Bijna alles wat je over AI-zichtbaarheid leest, is geteld. Niet getest.

Iemand analyseert een miljoen AI-antwoorden, telt wat de geciteerde pagina’s met elkaar gemeen hebben en publiceert de uitkomst. Nuttig. Maar het zegt niets over oorzaak. Dat geciteerde pagina’s vaak lijstjes zijn, betekent niet dat een lijstje máken je citaties oplevert.

Er is precies één onderzoek dat het wél getest heeft. Onderzoekers van Princeton, Georgia Tech en IIT Delhi namen echte webpagina’s, veranderden er telkens één ding aan en keken wat er met de zichtbaarheid gebeurde. Datzelfde onderzoek bedacht in november 2023 de term Generative Engine Optimization.

Drie aanpassingen wonnen: citaten van herkenbare bronnen, cijfers op de plek waar eerst vage taal stond en erbij zetten waar je informatie vandaan komt. Samen goed voor 30 tot 40 procent meer ruimte in het antwoord. Meer zoekwoorden in je tekst proppen, de oude SEO-reflex, deed niets. Of het werkte averechts.

En dan de uitkomst die er voor kleine bedrijven het meest toe doet. Toen alle vijf de bronnen tegelijk werden aangepakt, meer dan verdubbelde de website die als laatste binnenkwam zijn zichtbaarheid. De nummer één van Google leverde juist in.

30–40%
Zoveel meer ruimte kreeg een pagina in het AI-antwoord na drie aanpassingen: citaten, cijfers en bronvermelding.

Vrijwel elk GEO-artikel citeert dit onderzoek in één zin, meestal als “40 procent meer zichtbaarheid”. Wij hebben de zeventien pagina’s gelezen, inclusief de bijlagen. Hieronder staat wat er echt in staat: de cijfers, de nuances die de samenvattingen weglaten en een paar bevindingen die de onderzoekers zelf in de appendix hebben weggestopt.

Bij Google winnen er drie, bij AI nog maar twee

Het paper opent met een observatie die elke ondernemer zou moeten kennen.

Bij Google winnen er drie partijen. Jij vindt wat je zoekt. Google verkoopt advertenties. En de website die het antwoord schreef, krijgt bezoek in ruil voor dat werk.

Bij een AI-antwoord winnen er nog maar twee. Jij krijgt je antwoord. Het AI-systeem wordt waardevoller. De maker raakt de klik kwijt én de zeggenschap over hoe zijn werk wordt naverteld.

De onderzoekers maken het concreet met een verzonnen pizzeria in New York. Vraag een AI-systeem wat je in New York moet doen en die pizzeria komt als derde bron voorbij, ergens onderin, in een halve zin. Herschrijf de pagina, stel dezelfde vraag opnieuw en het antwoord opent met die pizzeria.

Zelfde site, zelfde concurrenten, andere tekst. Wat is er dan precies veranderd? Dat is de vraag waar het hele onderzoek over gaat.

Hoe ze het getest hebben

De opzet bepaalt hoeveel je aan de uitkomsten hebt, dus die verdient meer dan een bijzin.

De vragen. Tienduizend stuks, uit negen verschillende bronnen. Echte, geanonimiseerde zoekopdrachten van Google en Bing. Essayvragen van All Souls College in Oxford. Discussievragen. Trending vragen van Perplexity. En vragen van ELI5, het forum waar mensen om uitleg vragen alsof ze vijf zijn. Verdeeld over 25 onderwerpen, in de verhouding van echt zoekgedrag: 80 procent iets willen weten, 10 procent iets willen kopen, 10 procent ergens naartoe willen.

De machine. Per vraag haalden ze de vijf beste Google-resultaten op en lieten een taalmodel daar een antwoord met bronvermeldingen van maken. Precies zoals Perplexity het ook doet: eerst ophalen, dan schrijven met verwijzingen.

De ingreep. Van die vijf bronnen werd er willekeurig één herschreven, volgens een van negen methodes. Het taalmodel dat dat deed, kreeg de opdracht alleen dat ene kenmerk te veranderen en verder niets. Daarna maten ze hoeveel van het antwoord op die bron leunde.

Schema: de vraag "beste kantoorschoonmaak Limburg" wordt door een AI-systeem opgesplitst in negen tot elf deelvragen zoals "schoonmaakbedrijven Maastricht" en "kosten kantoorschoonmaak per m2". Per deelvraag worden bronnen opgehaald, die samen een antwoord met vijf bronnen vormen waarin jouw bronvermelding een deel van de tekst beslaat.
Je concurreert niet om een plek in een lijst, maar om ruimte in de tekst. Bron: Aggarwal et al., GEO (KDD 2024).

Wat “zichtbaarheid” hier eigenlijk betekent

Bij Google is dat simpel: je staat op één, twee of drie. Een AI-antwoord heeft geen lijst. Het vlecht vijf bronnen door elkaar heen in lopende tekst. De ene bron levert drie zinnen, de andere een halve.

Er waren dus twee meetlatten nodig.

De eerste is een woordenteller (in het paper: de positie-gewogen woordtelling). Hoeveel woorden van het antwoord komen bij jou vandaan, waarbij zinnen bovenaan zwaarder wegen dan zinnen onderaan. Logisch, want lezers beginnen boven en haken onderweg af.

De tweede is een rapportcijfer (in het paper: de subjectieve impressiescore). Een taalmodel beoordeelt het antwoord op zeven punten, waaronder hoe relevant jouw bron is, hoeveel invloed die had, hoe uniek je materiaal is en hoe groot de kans is dat iemand doorklikt.

Vergelijking van twee schermen. Links een zoekmachine met drie genummerde resultaten, waarbij zichtbaarheid je positie 1, 2 of 3 is. Rechts een AI-antwoord waarin jouw bron zwarte tekstblokken vult tussen de grijze blokken van vier concurrenten, waarbij zichtbaarheid het aandeel van de tekst is en hoe hoog dat aandeel in het antwoord staat.
Links een positie, rechts een aandeel: hoeveel woorden op jouw bron leunen en hoe hoog in het antwoord ze staan.

Dat rondzingende “40 procent” is het maximum op de woordenteller. Op het rapportcijfer was de winst 15 tot 30 procent. Noem je het cijfer zonder de meetlat erbij, dan maak je het net iets mooier dan het is.

Wat werkte en wat niet

Puntendiagram van negen ingrepen ten opzichte van een nulmeting van 19,3. Citaten toevoegen scoort 27,2 (+41%), statistieken toevoegen 25,2 (+31%), vloeiender schrijven 24,7 (+28%), bronnen vermelden 24,6 (+27%), vaktermen toevoegen 22,7 (+18%), simpeler schrijven 22,0 (+14%), autoritaire toon 21,3 (+10%), unieke woorden 20,5 (+6%) en zoekwoorden stapelen 17,7, oftewel 8 procent onder de nulmeting.
De negen geteste methodes, gemeten op de woordenteller. Bron: Aggarwal et al., GEO (KDD 2024), tabel 1.

Kijk naar wat de top drie gemeen heeft. Het zijn geen technische trucs. Het zijn signalen dat je weet waar je het over hebt: een cijfer bij een claim, een citaat van iemand die ertoe doet, een verwijzing naar waar je informatie vandaan komt. Het taalmodel moet uit vijf teksten kiezen welke het antwoord gaat dragen en kiest de tekst die zichzelf het best bewijst.

Wat níet werkte is minstens zo leerzaam. Meer zoekwoorden toevoegen, decennialang het eerste dat een SEO’er doet, leverde op de woordenteller niets op. Sterker nog: het scoorde onder de nulmeting. Volstop je je tekst, dan ben je slechter af dan wanneer je niets had gedaan. Het staat in goed gezelschap: vier van de meest gegeven GEO-adviezen overleven de data ook niet.

En een stelligere, overtuigendere toon? Op de woordenteller vrijwel geen effect. Het model laat zich niet imponeren door hoe hard je iets roept.

Al zit daar een nuance in de bijlage die het vermelden waard is. Op het rapportcijfer scoorde die autoritaire toon wél wat beter. Overtuigend schrijven maakt de indruk dus sterker, maar niet je aandeel in het antwoord. Onderbouwing doet allebei.

Drie voorbeelden uit het paper zelf

Percentages blijven abstract. De voor-en-na-fragmenten uit het paper maken het tastbaar.

+132%
Eén bronvermelding toegevoegd bij één zin. Verder geen woord veranderd. Zoveel meer ruimte kreeg die pagina in het antwoord.

Zwitserse chocolade, +132 procent. In de bron stond een kale bewering over hoeveel chocolade een Zwitser per jaar wegwerkt. De enige wijziging: erachter zetten uit welk onderzoek dat cijfer kwam.

Robots op de werkvloer, +65 procent. Een discussievraag. Een zin vol kwalitatieve taal kreeg er één concreet cijfer bij over de toename van robotisering.

American football, +89 procent. Dezelfde informatie, stelliger en overzichtelijker opgeschreven. Er werd niets nieuws toegevoegd.

Dit zijn geen verbouwingen. Het zijn ingrepen van één of twee zinnen per bewering. Een redacteur loopt er in een middag een hele pagina mee door.

Wat er gebeurt als iedereen dit gaat doen

Dit is de tabel die in vrijwel elke samenvatting ontbreekt en voor kleinere bedrijven de belangrijkste van het hele paper.

De onderzoekers simuleerden de toekomst waarin GEO gewoon is geworden. Ze pasten alle vijf de bronnen tegelijk aan en keken wie er dan wint. Uitgesplitst naar de oorspronkelijke plek in Google.

Staafdiagram van de verandering in zichtbaarheid per oorspronkelijke Google-positie wanneer alle vijf bronnen tegelijk worden geoptimaliseerd. Positie 1, de hoogste in Google, verliest 30 procent. Positie 2 wint 2 procent, positie 3 wint 20 procent, positie 4 wint 16 procent en positie 5, de laagste in Google, wint 115 procent.
Als iedereen optimaliseert, wint de laagst gerankte bron het meest. Bron: Aggarwal et al., GEO (KDD 2024), tabel 2.

Voor de drie winnende methodes ziet dat er zo uit. Bronnen vermelden brengt positie vijf op +115 procent en positie één op −30. Citaten toevoegen: +100 tegenover −23. Statistieken: +98 tegenover −21.

De site die als laatste binnenkwam, meer dan verdubbelde zijn zichtbaarheid. De nummer één van Google leverde in.

De verklaring van de onderzoekers is simpel. Google beloont backlinks en domeinautoriteit: dingen die jaren kosten en grote partijen structureel voortrekken. Een taalmodel dat vijf teksten naast elkaar legt, kijkt vooral naar wat er stáát. Daar kan een klein bedrijf met een beter onderbouwd verhaal winnen van een groot bedrijf met meer autoriteit. De onderzoekers noemen het letterlijk een kans om het speelveld te democratiseren.

Twee kanttekeningen, want dit beeld is mooier dan de werkelijkheid.

Die +115 procent geldt bínnen de vijf bronnen die al waren opgehaald. Word je helemaal niet opgehaald, dan heb je aan een betere tekst niets. Dan is vindbaarheid eerst aan de beurt.

En het is een simulatie waarin iedereen tegelijk optimaliseert. Geen belofte dat elke vijfde plek zich verdubbelt.

Niet elke aanpassing past bij elk onderwerp

Het effect verschilde per soort vraag.

Cijfers werkten het sterkst bij meningsvragen, discussies en alles rond wet- en regelgeving. Bronvermeldingen bij feitelijke vragen, logisch, want daar wil je iets kunnen controleren. Citaten van mensen bij onderwerpen over mens en samenleving en bij uitlegvragen, waar een menselijke stem het verhaal echt maakt.

Vertaald naar de praktijk: een schoonmaakbedrijf dat over arbowetgeving schrijft, heeft het meest aan cijfers en bronnen. Een coach die een verhaal vertelt, aan herkenbare citaten.

De onderzoekers zeggen er zelf bij dat de onderwerplabels automatisch zijn toegekend en ruis kunnen bevatten. Zie het dus als richting, niet als wet.

Combineren werkt en één methode is een teamspeler

35,8%
De sterkste combinatie uit het onderzoek: vlotter schrijven én cijfers toevoegen. Samen leverde dat meer op dan allebei apart.

Ze testten ook paren van de vier beste methodes. De winnaar: vlot schrijven plus statistieken, samen goed voor 35,8 procent verbetering op de deelset waarop dit getest is. Ruim boven elke losse methode.

De opvallendste vondst zit in de tegenstelling. Bronvermelding was op die deelset in zijn eentje de zwakste van de vier. In combinatie met de andere methodes juist bovengemiddeld sterk. Bronnen vermelden is een teamspeler: het maakt de cijfers en citaten die je toevoegt geloofwaardiger.

En werkt het ook op een echt systeem?

Alles hierboven draaide op een nagebouwde AI-zoekmachine. Daarom herhaalden ze een deel van het experiment op Perplexity, met 200 vragen en de bronteksten als bestand aangeleverd.

Het beeld hield stand. Citaten toevoegen: 22 procent beter op de woordenteller. Statistieken: 37 procent beter op het rapportcijfer. Zoekwoorden stapelen: 9 procent sléchter dan niets doen.

Één nuance uit de bijlage is het onthouden waard. Op Perplexity hielp bronvermelding wel op de woordenteller, maar zakte het op het rapportcijfer onder de nulmeting. Systemen verschillen dus niet alleen in welke bronnen ze kiezen, maar ook in hoe ze op dezelfde aanpassing reageren. Dat sluit aan bij wat we eerder zagen in ons artikel over de overlap tussen GEO en SEO: per systeem gelden andere regels en per systeem meten is geen luxe.

Waar dit onderzoek ophoudt

Citeer je dit paper, dan hoor je dit erbij te vertellen.

Het experiment draaide in 2023, op de taalmodellen van toen. Grotendeels op een nagebouwde zoekmachine, met één test op een echt systeem. Het rapportcijfer werd gegeven door een taalmodel, niet door mensen. En AI-systemen zijn sindsdien flink veranderd.

Vervolgonderzoek uit 2025 en 2026 geeft een gemengd beeld. Sommige studies vinden dat losse tekstuele ingrepen op moderne systemen nauwelijks nog consistent effect hebben en dat vooral de inhoudelijke relevantie van je pagina het werk doet.

Er is ook een schaduwkant en het paper benoemt hem zelf. Ander onderzoek, van Harvard, liet zien dat je met slim geplaatste tekstreeksen AI-aanbevelingen kunt manipuleren. De Princeton-onderzoekers kozen bewust voor methodes die dat niet doen: aanpassingen die je tekst voor mensen óók beter maken. Dat is ook onze lijn. Alles in dit artikel maakt je verhaal eerlijker en beter onderbouwd, niet trucjesachtiger.

Waarom we het dan toch het fundament noemen? Omdat de richting breed wordt bevestigd door onafhankelijke data op veel grotere schaal. Dat onderbouwing het wint van volume past bij de Ahrefs-analyse van 174.048 geciteerde pagina’s: tekstlengte speelt daar vrijwel geen rol (correlatie 0,04) en 53,4 procent van de geciteerde pagina’s is korter dan duizend woorden. En de hoofdconclusie, dat zoekwoordtrucs niet werken in AI-antwoorden, heeft nog niemand weerlegd.

Wat je hier morgen mee doet

Loop je belangrijkste pagina’s langs met drie vragen. In deze volgorde.

  1. Staat er bij elke stevige bewering een concreet cijfer, in plaats van een vage kwalificatie? “Veel bedrijven worstelen hiermee” wordt “uit een analyse van 174.048 geciteerde pagina’s blijkt dat”.
  2. Staat erbij waar dat cijfer vandaan komt? Één bronvermelding was in het experiment goed voor de grootste losse sprong.
  3. Staat er ergens een citaat van iemand die ertoe doet? Zeker op pagina’s die iets uitleggen of een verhaal vertellen.

Dat zijn precies de drie dingen die in het enige echte experiment wonnen. Ze kosten geen techniek, geen tools en geen budget. Alleen een middag redactiewerk per pagina. Weet je nog niet waar je moet beginnen, dan staan de vijf stappen om überhaupt te starten in een apart artikel.

En ze maken je tekst voor mensen ook gewoon beter. Dat is waarschijnlijk precies waarom ze werken. Wil je eerst weten hoe groot dit spel eigenlijk al is, dan staat dat in onze doorrekening van ChatGPT als zoekmachine.

Bronnen

Gepubliceerd op augustus 21, 2026 · Laatst bijgewerkt op augustus 21, 2026
SV
Stan Vreuls
Oprichter 21x
Helpt MKB-bedrijven genoemd worden in ChatGPT, Gemini en Copilot. Schrijft alleen op wat door onderzoek wordt gedragen.

Weten of jouw bedrijf genoemd wordt?

De AI Visibility Scan meet per AI-systeem of je geciteerd wordt, of je genoemd wordt, en wat er dan gezegd wordt.
Wekelijkse nieuwsbrief
Wat er deze week veranderde in AI-vindbaarheid

Geen spam. Uitschrijven met één klik.

De podcast
In gesprek met de mensen die AI-zichtbaarheid bouwen
De vragen die ondernemers het vaakst stellen, beantwoord door gasten die er dagelijks aan werken.