Sinds 3 augustus 2026 bestaat er een gedeelde taal voor het meten van AI-zichtbaarheid. Het IAB, een van de grootste brancheorganisaties in digitale marketing, publiceerde die dag Measuring Visibility in the AI Era. Daarin staan vier lagen die op elkaar voortbouwen: Presence, Prominence, Portrayal en Persuasion. Dit artikel legt uit wat er in elke laag zit, en waarom de volgorde ertoe doet.
Tot die datum kende deze markt geen gedeelde definities. Ruim twintig aanbieders verkochten meetdiensten, elk met een eigen methode. Twee bureaus konden voor dezelfde klant, op dezelfde dag, 8 procent en 40 procent rapporteren en allebei technisch gelijk hebben. Naar schatting van het IAB meet 16 procent van de merken zijn AI-zichtbaarheid systematisch. Dat lage cijfer is geen toeval: je meet niet wat je niet kunt vergelijken.
De vier lagen zijn een trap, geen menu
Het belangrijkste aan de 4 P’s is de volgorde. Elke laag heeft alleen betekenis als de laag eronder klopt. Hoe positief je genoemd wordt is een zinloze vraag zolang je niet genoemd wordt. En of iemand doorklikt is pas interessant als hij je naam heeft gezien.
Presence is de fundering. Persuasion is de laag waar het geld zit. Daartussen liggen twee lagen die de meeste aanbieders overslaan.
Presence: kom je voor
De basislaag. Sta je in het antwoord, en met welk aandeel. Het IAB benoemt hier vier maten.
- Mention Rate. Hoe vaak je merk in AI-antwoorden verschijnt binnen een afgebakende set vragen. De rekensom: antwoorden met een vermelding gedeeld door het totaal aantal antwoorden.
- Citation Rate. Hoe vaak je als bron wordt aangehaald. Antwoorden met een citatie gedeeld door het totaal. Dit is nadrukkelijk niet hetzelfde als Mention Rate, en die twee bewegen niet automatisch mee. Daarover schreven we een apart artikel.
- Share of Voice. Jouw vermeldingen als aandeel van alle merkvermeldingen binnen een afgebakende concurrentieset. Het IAB stelt hier een voorwaarde bij: wie dit cijfer rapporteert, moet erbij vermelden hoe die categorie is afgebakend en hoe groot het totaal is. Zonder noemer is een percentage een mening.
- Visibility Momentum. De verandering over tijd. De procentuele verandering in Mention Rate of Share of Voice tussen twee vastgelegde meetperiodes.
Voor een ondernemer is dit de laag die de vraag beantwoordt: word ik gevonden als iemand vraagt wie hij moet bellen.
Prominence: waar in het antwoord
Eén maat, met vier onderdelen. Position gaat over waar je merk staat in het antwoord zoals de gebruiker het ziet. Het IAB noemt daarbij expliciet: de rangorde, of je als losstaande aanbeveling staat of in een opsomming, hoe diep in het antwoord je verschijnt, en hoe vaak je binnen één antwoord terugkomt.
Twee bedrijven kunnen dezelfde Mention Rate hebben en toch een compleet verschillende uitkomst. De één wordt als eerste genoemd met een reden erbij. De ander staat als vierde in een lijstje onder aan het antwoord. Wie alleen Presence meet, ziet dat verschil niet.
Portrayal: wat er over je gezegd wordt, en of het klopt
De inhoudelijke laag, met vier maten.
- Sentiment. Word je positief, neutraal of negatief beschreven.
- Framing. De context waarin je wordt geplaatst. Marktleider, budgetalternatief, specialist. Dit is een aparte maat, en voor veel bedrijven scherper dan sentiment. Positief genoemd worden als goedkoopste optie is niet hetzelfde als positief genoemd worden als de beste keuze.
- Hallucination Rate. Het aandeel gehallucineerde vermeldingen binnen een afgebakende vragenset, per platform apart gerapporteerd. Het IAB definieert een hallucinatie als een verband, eigenschap of typering van het merk die op geen enkele onderliggende bron te herleiden is.
- Factual Inaccuracy Rate. Het aandeel vermeldingen dat het merk correct aanhaalt, maar koppelt aan materieel onjuiste informatie. Ook per platform apart.
Dat onderscheid tussen die laatste twee is precies gedefinieerd en het loont om het scherp te houden. Bij een hallucinatie bestaat de informatie nergens. Bij een feitelijke onjuistheid ben jij het wel, maar klopt wat erbij staat niet. Het IAB zet die twee bewust in een aparte tabel naast elkaar, omdat het type verstoring verschilt.
Persuasion: doet het iets
De laag waar de businesswaarde zit, en tegelijk de minst uitgekristalliseerde.
- Recommendation Strength. De mate waarin je actief wordt aanbevolen tegenover passief genoemd. Het IAB beoordeelt dat op drie dingen: hoe specifiek de taal is, hoe prominent je in het antwoord staat, en of de aanbeveling voorwaardelijk is.
- Post-Citation Click-Through Rate. Het percentage AI-vermeldingen dat leidt tot bezoek aan je eigen digitale eigendom. Het IAB noemt dit expliciet een brugmaat naar een attributiekader dat nog komt.
Wat er nog niet in staat
Het framework benoemt ook drie maten die het uitdrukkelijk nog niet standaardiseert. Dat is een verstandige keuze en het is nuttig om te weten, want je zult ze in verkooppraatjes tegenkomen.
- Competitive Displacement Rate. Hoe vaak jij genoemd wordt terwijl een directe concurrent dat niet wordt. Het probleem: je kunt niet betrouwbaar onderscheiden of het platform jou verkiest of dat de vraag simpelweg niet over die concurrent gaat.
- Attention Proxies. Benaderingen van aandacht binnen een antwoord, zoals de positie van de vermelding of de lengte van het antwoord eromheen. Richtinggevend, niet gekoppeld aan bedrijfsresultaat.
- Multimodal Visibility. Zichtbaarheid als een antwoord tekst, beeld en interactieve elementen combineert. De meetinfrastructuur daarvoor staat nog in de kinderschoenen.
Directional of decision-grade
Naast de vier lagen zet het IAB een tweede scheidslijn, en die is voor een ondernemer minstens zo bruikbaar. Elke meting valt in een van twee categorieën.
Directional signaleert patronen en trends. Geschikt voor vroege signalen, interne besprekingen en concurrentiebewustzijn. Uitdrukkelijk niet geschikt om budget op te verdelen of strategie op te baseren.
Decision-grade ondersteunt beslissingen met gevolgen. Budget herverdelen, een bureau beoordelen, een directiebesluit onderbouwen.
Het verschil zit in tien criteria die het IAB in een matrix zet: geschikte toepassingen, steekproefgrootte, aantal vragen, dekking van vraagtypes, meetfrequentie, herhaalbaarheid, datavalidatie, documentatie van de methode, platformdekking en hoe er over platformen heen wordt samengevoegd.
Vraag dus niet alleen naar het cijfer. Vraag in welke van de twee categorieën het valt.
Wat je een aanbieder moet vragen
Het framework bevat een openbaarmakingskader dat aanbieders zou moeten volgen. Het valt uiteen in drie vragen, en je kunt ze letterlijk stellen.
- Wat wordt er gemeten. Welke platformen, hoe is de vragenlijst opgebouwd, waar komen die vragen vandaan, en hoe worden brontypes ingedeeld.
- Hoe wordt er gemeten. Welke dataopzet, welke methode, hoe wordt een panel gevalideerd, hoe wordt data gecontroleerd, en volgens welke logica worden vermelding, toeschrijving en sentiment vastgesteld.
- Hoe wordt de data onderhouden. Wat gebeurt er met historische data en hoe worden versies bijgehouden.
Een aanbieder die deze drie vragen niet kan beantwoorden, meet minder gestructureerd dan het cijfer op het rapport doet vermoeden.
Twee soorten vertekening
Het IAB benoemt ook waar een meting scheef kan gaan, en dat is nuttig om te herkennen. Prompt-driven bias ontstaat als de vragenset niet in balans is over vraagtypes, formuleringen en intenties. Het tegengif is transparantie over die vragenset. Platform-driven bias ontstaat als een platform bepaalde merken structureel bevoordeelt of benadeelt. Het tegengif is meerdere platformen vergelijken en ze apart rapporteren, in plaats van er een gemiddelde van maken.
Dat laatste is belangrijker dan het klinkt. Een gemiddelde over vier systemen verbergt precies het verschil dat je wilt zien.
De publisherkant, kort
Het framework kent naast merkmaten ook een set voor uitgevers. Ook daar geldt de opbouw van vier lagen, met Citation Rate en Citation Decay Rate onder Presence, Content Utilization Rate onder Prominence, en Attribution Clarity plus dezelfde twee foutmaten onder Portrayal. Voor wie content publiceert die door anderen wordt aangehaald, is dat de kant om te lezen.
Wat dit betekent voor jouw bedrijf
Drie dingen.
Begin onderaan. Als je niet genoemd wordt, is werken aan sentiment weggegooid geld. De volgorde van de vier lagen is ook de volgorde van je werk.
Vraag naar de laag. Wie je een zichtbaarheidsscore verkoopt zonder te zeggen welke laag hij meet, verkoopt je een getal zonder betekenis.
Vraag naar de categorie. Directional of decision-grade. Op het eerste neem je geen besluit.
Onze eigen methode ontstond eerder, uit eigen onderzoek. Toen we haar tegen dit framework legden hield ze stand: vijf ontwerpkeuzes werden bevestigd en vier hebben we aangescherpt. De AI Visibility Scan loopt deze lagen na, per platform apart. Hoe we tot de vragenset komen staat in dit artikel, en de volledige toetsing tegen de standaard hier.
Veelgestelde vragen
Moet ik alle vier de lagen meten?
Niet meteen. Maar je moet wel weten welke laag je meet. Een bureau dat alleen Presence meet en dat verkoopt als AI-zichtbaarheid, verkoopt je een kwart.
Is het IAB-framework verplicht?
Nee. Het is een sectorbrede standaard, geen wet. De waarde zit erin dat twee metingen vergelijkbaar worden zodra beide partijen zich eraan houden.
Wat is het verschil tussen een hallucinatie en een feitelijke onjuistheid?
Bij een hallucinatie is er geen enkele onderliggende bron voor wat er over je gezegd wordt. Bij een feitelijke onjuistheid klopt de vermelding van je bedrijf wel, maar is de informatie die eraan gekoppeld wordt materieel onjuist.
Waarom is Persuasion nog niet af?
Omdat de koppeling tussen een AI-vermelding en een bedrijfsresultaat nog niet betrouwbaar te leggen is. Het IAB noemt Post-Citation Click-Through Rate zelf een brugmaat naar een attributiekader dat nog moet komen.
Bronnen
- IAB, Measuring Visibility in the AI Era, augustus 2026.
- 21x, Het meten van AI-zichtbaarheid: de IAB-standaard van augustus 2026.
- 21x, Geciteerd worden is niet hetzelfde als genoemd worden.